Historie / Archief   
 
(authentieke tekst)Jaarverslag der Christelijke Zang Vereeniging "Excelsior”over het jaar 1904.
Zoo telkens

 
Geachte medeleden.
 
Als weer een jaar is heengevlogen en plaats gemaakt heeft voor een nieuw jaar komt voor de secretairs onzer Zang Vereeniging (die anders naast zijne medebestuurderes een funcie bekleed die vast niet tot de meest werkelijke behoort ja welke zelfs van dien aard is dat zelfs de meest gemakzuchtige haar nogthans met het grootste gemak zou kunnen vervullen), de tijd waarop het zijn plicht is zijn grootste en nogthans niet grooten werk te verrichten, nl, het opmaken der winst en verliesrekening der Vereeninging over het verloopen jaar wel niet financieël, o neen, daarvoor zorgt natuurlijk het bekwame hoofd van ons departement van financieën wel, maar het geld hier gelijk ons reglement zoo leuk zegt een verslag te geven, over de toestand der Vereeniging. Toen ik mij nederzette met het doel hieraan een begin te maken, greep ik (daar mijn geheugen mij wel eens in de slag laat) naar het notulenboek hopende daar althans de geschiedenis onzer vereeniging over 1904 vermeld te vinden – doch daar was niemand thuis, geen enkele aanteekening over geheel 1904 dom………… onze vorige Jaarvergadering (k stond er een bepaald van verbaasd hoe deze notuleering er nog zoo opgewekt kon uitzien en dan zoo "heelemaal alleen”) dan mijn toevlucht gezocht tot nog een ander middel dat mijn geheugen een weinig kon te hulp komen en wel de notuleering onzer bestuursvergaderinge, nu deze hielden zich kranig, dat moet er van gezegd worden. En wat de geschiedenis aangaat zij bevredigde mij in zooverre dat zij mij in staat stelde, deze in althans ruwe trekken weer te geven, maar de moeilijkheid was nu nog dat er niet zoozeer gevraagd word naar  de geschiedenis als wel naar de toestand der Vereeniging daar wij echter aannemen dat in de meeste gevallen de toestand wel uit de geschiedenis zal blijken, willen wij aan de hand van de geschiedenis de toestand der vereeniging uw in de vorm van dit Jaarverslag, naar onze bescheiden oordeel, aan te bieden wat dan toch nog kan vergoeden de schraale notuleering en tevens kan dienen de geschiedenis onzer vereeniging over 1904 zoo al niet te vereewigen, dat toch voor een tijd bewaart kan worden, terwijl wij tevens door nog eens te overdenken t geen wij in het afgeloopen jaar doorleeft hebben, in de gelegenheid zullen zijn die middelen te beramen welke kunnen dienstig zijn aan het verbeteren onzer toestand, in de  toekomst.Ons ledental is in het afgeloopen jaar vrij goed vooruit gegaan was het vorige jaar het gemiddede getal ongeveer 40 thans kan het gerust op 50 gesteld worden, slechts weinig leden hebben de vereeniging verlaten doch onder die weinige zijn toch nog enkele wiens heengaan wij betreuren omreede de goede krachten voor ons gezang welke met hen verloren zijn gegaan want ook al werden hunne plaatsen aangevuld het ware jonge en meest ongeoefende leden welke tot het lidmaatschap onzer vereeniging zijn toegetreden voor welke nog heel wat oefening noodig is om ook nog maar eenigzins een zanger te worden. Ons bestuur is in het afgeloopen jaar, in tegenstelling met andere jaren, in zijn geheel gebleven zoo als het in het begin van het jaar was aangesteld, zouden  ook maar de minste  verandering te ondergaan, de plichten hen met de bestuursfunctie opgelegd zijn dienovereenkomstig vervuld zonder dat reden tot klachen heeft bestaan. Ons Vereenigingsleven geeft ook voldoende reden tot tevredenheid, de repetitie geregeld wekelijks gehouden, zijn vrij goed gezocht, te goed, dat nooit, nog meer moet er naar gestreefd worden de oefeningen nooit te missen, terwijl de plichten der leden tegenover de vereeniging eveneens geen reden tot bijzondere klachten geven.Onze Zomerfacancie duurende van ongeveer Mei tot half Augustus is hoewel de meeste leden algeheele rust genooten hebben in dien tijd toch voor de vereeniging niet nutteloos voorbij gegaan dar in dien tijd behalve het repeteeren met eenige solisten leden de directeur zich de moeite heeft getroost een kinderkoor bestaande uit meisjes van 12 – 15 jaar eenige nummers te leren welke zij bij de uitvoering door het koor zouden doen hooren, eenigzins is hierdoor een begin gemaakt aan de al meer besproken wensch n l de oprichting eener voorbereidende klasse, en al is zij dit niet direct, mischien kan zij er in het vervolg nog van groeien, of, zou een voorbereidende klasse, waardoor onze vereeniging steeds door jonge, eenigzins geoefende krachten zou worden voorzien dan altijd tot de "vrome wenschen”moeten blijven behooren?Ons huishouden is in een eenigzins betere conditie gekomen  een nieuwe boekenkast is tot vreugd van onze bibliothecares en tot berging van onze bibliotheek aangeschaft, terwijl een geschenk van iemand die met de zangvereeniging nog voor al simpathiereert onze vereeniging in het bezit van een fraaie leszenaar heeft gebracht.Onze huisvesting is in het afgeloopen jaar aanmerkelijk verbeterd, acht en een half jaar aan een stuk heeft onze Zangvereeniging in het Christelijke School haar oefeningen en vergaderinge gehouden en wat hierbij behoort te worden vermeld is, dat zij eer nooit een cent voor betaald heeft alleen de gedachte hieraan doet toch wel ons hart overvloeien van dank en erkentelijkheid voor de welwillendheid ons in deze door het Bestuur der Christelijke School betoond.Dan, de Christellijke School scheen niet meer te voldoen aan de eischen welke aan haar gesteld mochten worden,  een nieuwe school nodig werd gebouwd en niet meer beschikbaar gesteld voor de Zang Vereeniging, de oude school werd voor een ander doel verhuurd, dus stond de Zang Vereeniging zonder dak? Dat nu wel niet, want het gemeentebestuur was zoo vriendelijk kosteloos het bewaarschool voor onze oefeninge ter gebruike te geven, doch ondank is werelds loon, dat heeft ook het gemeentebestuur ondervonden want noulijks was van de school gebruik gemaakt of men vond er ongezellig zoo ……………. nu ja, in plaats van dankbaar gebruik te maken van de ten gebruike gegeven school werd voor het gebruike bedankt en de Zang Vereeniging verhuisde naar het voor een jaar gehuurde gebouw "Hulp en Voorzorg”dat wel tegen verminderde prijs, maar in t geheel niet voor niets gegeven werd efin t moge geld kosten maar nu hebben wij ook een lokaal voor onze oefeningen zooals we het zelfs nog maar een korten tijd geleden, niet hadden durfe hoopen er ooit een zoo goed te krijgen.Onze verhouding tegenover de Bond van ChristelijkeZangvereenigingen is onveranderd goed gebleven. Geen reden tot betreuren dat wij
  
bij dezelve zijn aangesloten. Steeds heeft zij Muzieknummer maandelijks toegezonden welke op hun beurt we 
weder te pas zullen komen, terwijl wij in onze plichten tegenover de Bond nog stipter zijn geweest dan tot nu toe het geval is geweest, wij hebben getoond te willen meeleven met de Bond en hebben een afgevaardigde gezonden ten Bondsdagen, wel mooi, maar minder gelukkig voor de Vereeniging is geweest de  keuze dezen afgevaardigde wijl deze zoo zelfzuchtig is geweest al het getoonde voor zich zelf te houden en er de vereeniging hoegenaamd niets voor mééte deelen, dan: nu dezen beter………….Onze directeur daar behoeft dit niet van gezegd te worden, daar hij ook weder in het afgeloopen jaar met onvermoeiden ijver heeft geleid onze zangvereenigingen. Van overdrijving kan dan ook geen sprake zijn wanneer wij beweren dat hij als directeur aan de vereeniging heeft gegeven wat zij behoefde en wat binnen zij bereik lag. Een woord van waardeering voor zijne moeitevolle en vaak ondankbaare arbeid door hem zoo tactvol uitgevoerd meende wij dan ook dat in dit verslag gaar niet misplaatst zou zijn.Onze verhouding tegenover het Christelijk publiek is, ja ik geloof zeker dat wij ons voor ditmaal niet vergissen als wij beweren, dat het aanmerkelijk is vooruitgegaan in de goede richting, konden wij reeds in ons vorige jaarverslag melding maken van eenige duidelijk merkbare verbetering in deze nog meer is in het afgeloopen aar verbeterd niet alleen dat ons getal begunstigers weder met enkele is vermeerderd maar de simpathie met onze vereeniging, de waardering van ons werk het beoefenen van de schoone toonkunst  is meer en meer algemeen geworden en zoo zij mischien nog niet haar hoogste punt bereikt heeft wat bereikt zou kunnen worden reden tot tevredenheid, stof tot danken in ruime maten hebben wij ook in deze voor den zegen zoo ruimschoots ontvangen. Ons gezang te bevorderen is mij een enigszins moeilijker zaak wat meer kennes van muziek als waarovere ik te beschikken heb zou vast niet ondienstig zijn om in deze een juist oordeel te vellen, doch naar mijn bescheiden meening ook ik ook in dit gedeelte van het verslag oordelen. Twee uitvoeringen zijn gegeven, een in het begin en een aan het einde van jaar, was de uitvoering gegeven aan het begin van heet jaar feitelijk de vrucht van de studie gemaakt in het vorige, de laatste uitvoering is geheel maar ook alleen ingestudeerd in dit jaar. Op de eerste uitvoering was het groote stuk de "Waterloo Cantate”van Vijgeboom goed uitgevoerd, maar voor de tenor en bas solo met vreemde krachten. De tweede uitvoering met een nog grooter en nog moeilijker stuk "De Jeftha” eveneens van Vijgeboom is geheel met eigen krachten uitgevoerd en gansch niet onbevredigend zowel Koor als Solisten kweeten zich van hun plicht zelfs boven verwachting en niet zonder voldoening mogen wij ook op deze uitvoering terug zien wijl zij tot de goed geslaagde behoord. Wanneer wij nu aannemen dat het hoofdstuk van de tweede uitvoering was moeilijker dan van de eerste en dat daarbij de tweede geheel met eigen krachten is uitgevoerd, dan mogen wij gerust aannemen dat wij ook in het afloopen jaar zijn vooruit gegaan met ons gezang, al is het voor mij moeilijk te bepalen  hoeveel of hoe weinig want toch hoe hooger met stijgt op den muziekkalen ladder hoe moeilijker het opklimmen word terwijl er toch altijd nog plaats over blijft om hooger te klimmen.Dankbaar mogen wij terugzien op beide uitvoeringen zowel wat werk als wat belangstelling aangaat maat toch beide keeren het Gebouw der Roomse Katholiek Vereeniging was gevuld in zijn geheel met publiek. En vooral met het ook op het werk geleverd op beide uitvoeringen acht ik het vrijwel overbodig ook nog een beoordeling te geven van de twee andere keeren dat wij nog in het publiek gezongen hebben, namelijk eenmaal bij de inwijding der nieuwe Christelijike School waar een weinig opluistering door ons gezang van ons gevraagd werd, en eenmaal op 31 Augustus in de bosshen der stichting "Bloemendaal”waar wij onze medewerking hebben verleend bij een uitvoering in combinatie met "de Lofstem”van Bloemendaal en "Hosanna”uit den Haag waar beide keeren slechts eenvoudige nummers zijn uitgevoerd.De samenstelling van het koor hoewel niet ongunstig in die mate dat er een bijzonder klacht over behoeft te worden, kon toch wel beter zijn in verhouding tegenover tenor en bas zijn sopraan en alt niet al te sterk vandaar dat een poging om nog wat damesleden voor de vereeniging te winnen ingeval zij slaagden de vereeniging zeer zeker ten goede zou komen! Evenzo wat aangaat de muziek kennes onder de leden, of zij beneden het middelmatige is zou ik niet durven beweren maar dat zij in het afgeloopen jaar niet vooruit is gegaan meen ik heel gerust te mogen zeggen. Onder de leden in het algemeen word dan ook weinig gewerkt om deze beslist noodige kennes eenigzins te verkrijgen of aan te kweeken, wat vooral voor de jonge leden onzer vereeniging een noodige zaak zou zijn daar onder hen heel weinig kennes der Muziek gevonden word en wijl de vereeniging toch in de toekomst hare hoop juist op die leden vestigd wijl zij heel waarschijnlijk eens zullen geroepen zijn er de kern van uit te maken.Wil dus de vereeniging hare bescheiden naam welke zij tot nu onder hare zusteren verworven heeft blijven handhaven dan zal een poging ook in deze richting om voor deze noodige zaak iets te doen noodzakelijk zijn en haar, ingeval zij word gevraagd, in het vervolg, ten goede komen. De toestand der Vereeniging in het algemeen kan worden. Dankbaar kunnen wij er op terug zien, dankbaar voor de groote en vele zegeningen welke wij ontvangen hebben van den Heere kunnen wij onze harten voor hem verootmoedigen en er Hem de eere voor geven. Gegroeit en gebloeit, vooruit gegaan in menig opzicht is onze vereeniging, doch, "Excelsior”steeds hooger staat in onze banier geschreven, en nog is niet het hoogst te bereiken punt bereikt, nog is er plaats, nog kunnen wij hooger, daarom niet verslapt in ijver om voor de vereeniging te werken met alle magt waar over wij te beschikken hebben, zoowel om haar in groote te doen toenemen, als om haar gezang te veredelen. In het nieuw ingetrede jaar dus gewerkt uit alle macht maar niet in eigen kracht, gewerkt uit alle macht maar met een gebed in het harte, in stilte en in eenvoud opgezonden tot den Heer des Heeren welke ons zijne hulpe niet te onthouden. Opdat het ons gegeven moge zijn nog lang en met aangenaamheid in het harte te beoefenen de schoone toonkunst.
 
                                                                                          Zijn groote Naam ten prijzen!
 
Voorgelezen en onveranderd goedgekeurd in de vergadering, gehouden den 16 Januari 1905 in het gebouw "Hulp en Voorzorg”.M. Prins secretaris


    
Afbeelding invoegen